Nachtschade, Malburgen
|
Malburgen I, Nachtschade 2-146, Malburgen, Arnhem
73 koop - en huurappartementen, stallinggarage Ontwerp: 2003 Oplevering: 2006 Opdrachtgever: Stichting Volkshuisvesting > Download project informatie als PDF Link naar publicaties: > Juryrapport BNA Gebouw van het jaar 2007 > Juryrapport Heuvelinkprijs 2008 Link naar verwante pagina's: > De groene vingers van de bewoners > Zenegroen I, Malburgen > Zenegroen II, Malburgen > Vakantiegevoel Nachtschade Malburgen |
Nachtschade – Vakantiegevoel in geluidswalwoning
Een gebouw dat bemiddelt tussen stad en landschap Aan de rand van Malburgen, waar de wijk overgaat in infrastructuur en open landschap, positioneert Nachtschade zich niet als object, maar als bemiddelaar. Het gebouw staat langs de drukke randweg van Arnhem en fungeert als geluidsbuffer voor de achterliggende buurt, maar doet dat zonder zich af te sluiten. Het vormt een schakel: tussen drukte en rust, tussen stad en polder, tussen collectief en individueel wonen. In die zin is Nachtschade geen defensief gebouw, maar een stedelijk gebaar dat de rand condenseert en betekenis geeft. Robuust waar het moet, zacht waar het kan De architectuur is opgebouwd vanuit een heldere tweezijdigheid. Aan de noordwestzijde keert het gebouw zich naar de infrastructuur met een robuuste, bijna stoïcijnse houding. Het ruwe, alternerende metselwerk in twee baksteensorteringen vormt een dikke, beschermende huid – een stedelijke rug die de wijk afschermt en tegelijkertijd aansluiting zoekt bij het grotere landschap. Aan de zuidoostzijde opent het gebouw zich juist volledig naar de buurt. Hier zijn gevel, galerij en constructie uitgevoerd in hout. De materialisatie is licht, tactiel en warm; de schaal menselijk. De galerij is geen restzone, maar een genereuze leefruimte waarin ontsluiting en buitenruimte samenvallen. Het resultaat is een zachte, bijna zijdeachtige gevel die uitnodigt tot gebruik en toe-eigening. Leefkwaliteit als drager van duurzaamheid De duurzaamheid van Nachtschade zit niet alleen in techniek of materiaal, maar vooral in de manier waarop het gebouw wordt gebruikt en gewaardeerd. Door de halfverdiepte parkeergarage ligt het gebouw iets verhoogd in het landschap, waardoor ruimte ontstaat voor een vanzelfsprekende aansluiting met de openbare ruimte. Een brede, luie trap verankert het gebouw in de wijk en maakt de overgang tussen privé en publiek geleidelijk en uitnodigend. De woningen zijn helder georganiseerd – 3- en 4-kamerwoningen in de plint en royale dakwoningen met terrassen op de bovenste laag – maar ontlenen hun kwaliteit vooral aan de relatie met de buitenruimte. Brede galerijen, gekoppelde buitenruimtes en grote balkons zorgen voor licht, lucht en gebruikswaarde. Ook aan de geluidsbelaste zijde dragen royale balkons bij aan comfort en verzachting. Hier wordt duurzaamheid voelbaar: in woonkwaliteit, in flexibiliteit en in het vermogen van het gebouw om zich aan te passen aan het dagelijks leven van bewoners. De galerij als collectieve leefwereld De houten galerij aan de zuidoostzijde is het hart van het gebouw. Wat begint als een architectonisch gebaar, groeit in gebruik uit tot een collectieve leefwereld. Bewoners hebben deze ruimte op een vanzelfsprekende manier toegeëigend: planten, meubels en persoonlijke ingrepen maken van de galerij een weelderig en uitbundig geheel. De architectuur faciliteert, maar schrijft niet voor. Juist die openheid maakt dat een ogenschijnlijk eenvoudig galerijconcept kan uitgroeien tot een rijk sociaal milieu. In De Gelderlander werd dit treffend omschreven als een “permanent vakantiegevoel”. Het is een informele, bijna mediterrane wooncultuur die hier ontstaat – niet bedacht, maar gegroeid. Stedelijke verbinding als ontwerpstrategie Nachtschade laat zien dat stedelijke verbinding niet alleen gaat over infrastructuur of programma, maar ook over ruimtelijke en sociale continuïteit. Het gebouw verbindt de schaal van de woning met die van de stad, de intimiteit van het wonen met de collectiviteit van de wijk. Door zijn gelede opbouw, de zorgvuldige positionering in het landschap en de dubbele oriëntatie slaagt het gebouw erin om een complexe randconditie om te vormen tot een plek met identiteit. Een plek waar bewoners zich thuis voelen, waar ontmoeting vanzelf ontstaat en waar de architectuur ruimte laat voor leven. Duurzaamheid door dierbaarheid In de manier waarop bewoners het gebouw bewonen en zich het eigen maken, ligt misschien wel de meest duurzame kwaliteit besloten. Nachtschade is geen gebouw dat alleen functioneert; het wordt gekoesterd. En juist in die dierbaarheid — in het dagelijks gebruik, in de weelderige galerijen, in de vanzelfsprekende verbondenheid met de omgeving — ligt de werkelijke duurzaamheid van het project. Het project Nachtschade is in 2011 genomineerd voor de 'Arnhemse Aanwinst' de publieksprijs voor het beste gebouw van de afgelopen 10 jaar. Eerder kreeg het project een eervolle vermelding voor de Heuvelinkprijs 2008 en is het door de BNA genomineerd voor het Gebouw van het Jaar 2007 in de regio Oost. |